Corina
zaterdag 23 juni 2012
De kortste reactie op schrijfopdracht 169!
Met champagne vier ik het feit dat ik, toen ik enigzins aan de late kant
zonnebloemen zaaide, zag dat er weer kikkerdril in mijn vijvertje ligt.
n.a.v. de schrijfopdracht: maak een lange zin met de woorden champagne, kikkerdril en zonnebloemen er in
Champagne,
kikkerdril en zonnebloemen
Afdeling
Corporate communicatie was op het idee gekomen om de buitenlandse gasten mee te
nemen naar het Van Goghmuseum en terwijl de directeur na afloop van het bezoek
aan een restaurant aan de Amstel na het zoveelste glas champagne in steenkolen
Engels bleef praten over de schoonheid van het schilderij “De Zonnebloemen” had
hij niet in de gaten dat hij het eendekroos in de brede sloot aanzag voor een plantsoen, waardoor de-
anders zo ernstige en beleefde- Chinese gasten niet meer bijkwamen van het
lachen toen ze hem drijfnat en met een mond vol kikkerdril weer vanuit de sloot
op de kant trokken.
Aart
maandag 11 juni 2012
Reactie op schrijfopdracht nr. 160: Hou je van vis?
Vis
Dit heeft er overigens
niet voor gezorgd dat mijn voorkeur voor vis is veranderd en ik weet
ook wel dat de vissers andere methode hebben voor het doden van vis.
Maar ik ben dit nooit vergeten.
Anneke
Ik houd erg van vis,
vroeger toen we als katholieke mensen geen vlees op vrijdag mochten
eten hoopte ik dat de visboer op die dag langs kwam. Mijn moeder
bakte dan scholletjes en tot op de dag van vandaag vind ik dat nog
steeds heerlijk. Meer dan vlees is vis mijn favoriete
eiwitleverancier. In een restaurant zal ik daar dan ook altijd voor
kiezen. Nu is het niet goed om dit elke dag te eten dus doen we dat
thuis maar twee keer in de week.
Op vakantie in Portugal
aten wij op het strand gegrilde sardientjes met tomaat en daar eet ik
dan mijn vingers bij op. Er wordt ook inktvis geserveerd maar dat is
een van de weinige vissoorten waar ik niet van houd.
Als de nieuwe haring is
gearriveerd ben ik er als de kippen bij om ze zo snel mogelijk te
gaan kopen. Ik eet ze zonder uitjes want dan komt de smaak beter tot
z'n recht. Ja, ik ben een echte viseter, wat dat betreft zou ik een
zeedier kunnen zijn. Als ik in een dierentuin zie hoe een zeeotter
met vis wordt gevoederd loopt het water me in de mond. Een beetje
vreemd misschien?
Eigenlijk sta je er
niet zo bij stil hoe zo'n vis aan zijn einde komt maar lang geleden
moest ik er een paar "vermoorden" en dan sta je daar even
bij stil.
In ons vorige huis
hadden we een slootje achter de tuin. Het was stromend water en
bevatte veel vis zodat menig hengelaar daar zijn stekje had gevonden.
Onze zoon was een jaar of twaalf en wilde ook graag een hengel met
toebehoren voor zijn verjaardag. Toen hij deze ging gebruiken haalde
hij regelmatig een visje naar boven. Op een keer haalde hij meerdere
palingen uit het water en die ging hij echt niet terug zetten want
die konden we opeten; zo vond hij. Ja toen had ik een probleem, ik
wilde hem niet teleurstellen en wilde ook niet dat hij die vissen
moest doden. Ik nam een flinke kei en verwachtte dat die palingen met
een flinke klap direct uit hun lijden waren verlost, maar nee; daar
waren meerdere klappen voor nodig. En die alen gleden voortdurend uit
mijn handen. Toen ze eenmaal uit hun lijden waren verlost zuchtte ik:
"Dit doe ik nooit meer". Of ik die palingen gestoofd of
gebakken heb weet ik niet meer maar we hebben ze opgegeten. Ze zullen
me niet lekker hebben gelegen denk ik. Maar onze zoon vond wel dat
hij gedeeltelijk voor het avondeten had gezorgd.
Anneke
zaterdag 9 juni 2012
Mijn voeten, n.a.v. schrijfopdracht 156
Mijn voeten
Ze brachten me schoorvoetend naar school en naar mijn eerste baantje.
Lichtvoetig danste ik de rock 'n roll en jive wat in die tijd de mode was.
Ooit was ik op vrijersvoeten en stapte ik overal op af. Voetstoots nam ik aan dat alle mensen goed waren en dat het leven me veel te bieden had.
Mijn voeten brachten me naar verre oorden waar het warm was en de zee azuurblauw of naar mooie vergezichten hoog in de bergen.
Met voeten alsof ik in de wolken liep stapte ik naar het stadhuis en naar de kerk waar ik mijn partner het jawoord gaf.
Een jaartje later sloop ik op kousenvoeten naar de wieg om te genieten van mijn baby als hij sliep.
Met zware voeten liep ik achter de baar van velen die me zijn voor gegaan.
Mijn vermoeide voeten van de lange wandeling leg ik nu neer op een bankje voor de stoel waarop ik rusten ga.
Anneke
donderdag 7 juni 2012
Naar aanleiding van de opdracht: 'Toen geld nog niet bestond' (nr. 152) het volgende verhaal:
Van
ruilen komt welvaart
Het
is een warme, benauwde zomerse dag in juni in het jaar 2012 (vr.
Chr.)
Nielle
kijkt even op van haar werk op het land en veegt het zweet van haar
voorhoofd met een smoezelige punt van de grof geweven stof van de
doek om haar hoofd. Ze staat, met een hand boven haar ogen
beschermend tegen de zon, te kijken naar de schepen die op de Rijn
varen. Ze hoort het klapperen van de zeilen in de wind niet, daarvoor
is het net te ver weg. Maar het is wel een mooi gezicht, vooral omdat
die schepen heel belangrijk voor hen zijn.
Ze
voelt even een warm gelukkig gevoel door zich heen trekken.
Jahon
en Nielle hebben zich na hun huwelijksceremonie ergens aan de rand
van een dorp in de Veluwe aan de Rijn gevestigd. Daar leven ze van de
opbrengst van hun kleinschalige boerenbedrijfje. Vlees, graan en
groente worden onderling geruild met de boeren om hen heen. Dat is
geen vetpot, maar ze redden het zo met z'n tweetjes. Vooral ook omdat
Jahon naast het boerenwerk ook een handige handelaar blijkt te zijn.
Uit
de klei van de rivier maken zij aardewerk. De mooi gevormde grote
potten worden door Nielle van een fraaie kerfspatelversiering
voorzien. Klokbekers noemt men die. Jahon verruilt het aardewerk weer
voor andere handige zaken, zoals kleding, stoffen, zout, en vuursteen
om werktuigen van te maken.
Dankzij
de rivieren de Rijn en de IJssel kan hier goed handel gedreven
worden.
Er
kunnen schepen gevuld worden en die drijven op hun beurt weer handel
langs de kusten van de Noordzee. Ook de oversteek naar Engeland
brengt nieuwe handelswaar en handelaren met zich mee terug. Dus Jahon
en Nielle zitten op een voor hen gunstige plek. Er komt op de Veluwe
een beetje meer welvaart. Het is de tijd waarin de steentijd eindigt
in de bronstijd, doordat de schepen voor hun koopwaar ook wat koper
en goud hebben kunnen bemachtigen.
Maar
het gevaar ligt altijd op de loer. Nielle en Jahon letten altijd goed
op hun omgeving. Altijd is er een kans dat binnenvallende stammen hun
nederzetting overvallen en het dorp plunderen. De grootschalige
ontbossingen voor de landbouw, door de boeren die voorheen jager of
visser waren, heeft de bodem uitgeput. Jahon en Nielle hebben het
geluk dat ze naast het boeren ook handelaar zijn geworden. Maar de
boeren die echt van de opbrengst van de grond moeten leven, trekken
weer weg omdat er grote heidevelden ontstaan. En weer jager worden
lukt niet omdat al het wild al is gevlucht of uitgeroeid door de
mens.
Leven
en overleven is het belangrijkst in dit leven. Altijd de zorg om
voldoende eten te hebben, altijd de angst dat je wordt overvallen,
uitgemoord, verkracht of ontvoerd door andere stammen. Door het geluk
dat Jahon en Nielle op zo'n gunstige handelsplek wonen, kunnen zij
ruilhandel verichten met de rondtrekkende bronssmeden. Met een beetje
geluk kunnen zij zich met hun toekomstige kinderen blijvend vestigen
in deze nederzetting en later een groter, ruimer huis bouwen. Het
leven gaat snel, de meesten worden niet ouder dan 30 of 40 jaar.
Het
hebben van welvaart is de grootste drijfveer van de mens. Dat maakt
dat we steeds verder ontwikkelen, van rechtop lopende aapmens tot wat
de huidige mens nu is. Bezittingen en status zijn belangrijke zaken
geworden, niet alleen maar voedsel en voortplanting. Dat geeft
aanzien en macht en kracht om te overleven. Hoe beter de (ruil)
handel, hoe groter de kans om te overleven. Met het beetje geluk aan
hun kant, zien Jahon en Nielle de toekomst zonnig in. Het is hard
werken, maar ze voelen dat ze het gaan redden. Het zal niet lang meer
duren voordat er leven is in de schoot van Nielle en dan hebben ze er
wel weer een zorg bij, maar als het een gezond en sterk kind blijkt
te zijn, is er ook veel geluk. Kinderen betekenen ook een paar extra
handen bij het zware werk en als ze oud zijn geworden, weten ze dat
de kinderen weer voor hen zullen zorgen.
En
zo gaat het al eeuwen door, zolang de mensheid zal bestaan.
(
informatiebron: 2000 jaar geschiedenis van de Lage Landen van Jaap
ter Haar.)
Nellie
van Bekkum
woensdag 6 juni 2012
Dit verhaal is geschreven n.a.v. de schrijfopdracht 'Geld' (nr. 151)
Het geld uit mijn jeugd
Ik ken het gevoel van mijn eerst verdiende geld. Vooral omdat ik het contant ontving gaf het een rijk gevoel. Veel rijker dan het geld dat later overgeschreven werd op een rekening, ook al was dat steeds meer. Met een kwartje kon je een zakje chips kopen. Met vijf gulden op zak kon je een hele middag naar de kermis. Bij Ajax kocht ik voor 50 centen een jongenskaartje en zag vanaf het muurtje op de staantribune het elftal dat drie Europacups zou gaan winnen van dichtbij spelen in De Meer.
Wat had het geld nog een waarde en wat werd sparen gewaardeerd! Op school kwam eens per maand een dame van de Rijkspostspaarbank. Ik kreeg dan ’s ochtends een kwartje mee en daar kocht ik bij die dame een zegel van die in een boekje werd geplakt. Het was een plechtige gebeurtenis en was een bladzijde vol dan kwam daar een stempel op een handtekening. Kom daar nu eens om. Ik heb in de kast van mijn vader ooit nog waardepapieren gevonden van een spaar- of pensioenregeling. Dat was een pak papier met handtekeningen en stempels. Het zag er gedegen en deftig uit.
Aart
woensdag 30 mei 2012
Na vijf maanden!
Mia Meijer
Abonneren op:
Posts (Atom)
+(Small).jpg)